Harley-Davidson is terug in de Grand Prix. Niet in de vertrouwde Grand Prix-klassen van vroeger, maar met een eigen cup die perfect past bij het rauwe, Amerikaanse DNA van het merk. Tijdens de TT Assen maakt deze klasse haar opwachting als nieuw onderdeel van het programma – en vergis je niet: dit gaat serieus snel. Maar hoe is het om met deze kolossen te racen en hoe verhouden deze baggers zich tot de rondetijden van de MotoGP, Moto2 en Moto3? Dat verschil is kleiner dan je denkt.
Amerikaanser wordt het niet. De komst van de Harley-Davidson Bagger World Cup in het bijprogramma van de Grand Prix is misschien wel de meest zichtbare verandering sinds het Amerikaanse Liberty Media de rechten van de MotoGP heeft overgenomen. Deze nieuwe raceklasse is de vervanger van de MotoE World Cup, die ooit met veel trots en als parel voor de toekomst werd aangekondigd, maar na zeven jaar toch wel een flop genoemd mag worden. Vanuit het publiek en de media was er nauwelijks interesse en dat werd per jaar eerder minder dan beter. De Harley-Davidson Bagger World Cup is misschien wel het tegenovergestelde van racen met elektrische motoren. Van zoevende elektrische motoren naar een bulderend zwaar motorgeluid. Misschien is het enige vergelijkingspunt het gewicht, want beide motoren zijn zwaar.
The Green Goblin: Nicks Dyna is niet gebouwd voor Instagram
Racen met baggers
In Europa kijken we toch een beetje raar aan tegen het racen met deze motoren. Baggers zijn van origine cruiser-motorfietsen die ontworpen zijn voor lange afstanden, gekenmerkt door de aanwezigheid van koffers aan de achterzijde. Dan denk je al snel: deze motoren zijn toch helemaal niet geschikt om mee te racen? In Amerika denken ze daar heel anders over, want de ‘King of the Baggers’-klasse staat daar al jaren op het programma binnen het Amerikaanse kampioenschap. In deze competitie nemen twee merken het tegen elkaar op: Harley-Davidson en Indian Motorcycle. En voor deze klasse blijft het publiek – in tegenstelling tot de eerder genoemde MotoE – wél zitten. Nu hoopt Liberty Media deze niet alledaagse raceklasse ook wereldwijd bekend te maken. In de nieuwe World Cup wordt er enkel gereden met Harley-Davidson Road Glides. Deze motoren zijn voorzien van een Milwaukee-Eight V-Twin motorblok, goed voor 2147 cc. De motor weegt 268 kg en levert meer dan 200 pk. Daarnaast beschikken de machines over een enorm koppel van 245 Nm en kunnen ze snelheden tot 300 km/u behalen. Deze specificaties, in combinatie met het type motorfiets, zorgen ervoor dat deze motoren heel anders bereden moeten worden dan de racemotoren die we kennen uit het MotoGP- en WorldSBK-kampioenschap.

Verrassend snel
Het eerste gevoel is dat je met dit type motoren, ondanks het vermogen, niet echt snel kunt gaan op een racecircuit. De koffers aan de achterkant, het gewicht en eigenlijk de complete motorfiets maken het niet bepaald comfortabel om mee te racen. Toch gaat het verrassend snel. De openingsronde van de Harley-Davidson Bagger World Cup werd verreden in het land waar de oorsprong van deze klasse ligt: Amerika. Op het Circuit of The Americas in Austin gingen deze baggers sneller rond dan de Moto3-klasse. Qua rondetijden zaten ze tussen Moto2 en Moto3 in. Eric Granado is op papier één van de favorieten in deze nieuwe World Cup. De Braziliaan heeft ervaring op Grand Prix-niveau, in internationale Superbike-competities en met MotoE-motoren. Granado weet dus waarover hij spreekt. Na de eerste test zei hij het volgende over het racen met deze baggers: “De motor is heel anders dan wat ik gewend was. De rijpositie is vrij uniek en je hebt wat tijd nodig om je eraan aan te passen, maar na een paar ronden begin je je comfortabel te voelen en vertrouwen op te bouwen. De motor gedraagt zich erg goed en je kunt hem echt tot het uiterste pushen, wat ik enorm leuk vond. Je voelt duidelijk dat hij gebouwd is als een echte racemachine. Het geluid van de motor is ongelooflijk, eerlijk gezegd een van de beste die ik ooit heb gehoord. Voor een coureur is het heel bijzonder om zo’n karakter te voelen. Ik had ook een heel goed gevoel aan de voorkant, wat helpt om met veel snelheid de bocht in te gaan. Het koppel is zeer indrukwekkend. Elke keer dat je het gas opent, in welke versnelling dan ook, voel je een sterke kracht die je razendsnel uit de bochten trekt. Je moet je rijstijl een beetje aanpassen, maar zodra je begrijpt hoe je ermee om moet gaan, kun je echt pushen en ervan genieten.”
Ook naar de TT Assen
Het deelnemersveld is nog wat klein in het eerste seizoen. De organisatie streefde ernaar om zo’n twaalf tot zestien motoren op de grid te krijgen. Bij aanvang van het seizoen waren het er slechts negen, verdeeld over vier teams. Naast Eric Granado (Brazilië) zijn Travis Wyman (Amerika), Cory West (Amerika), Dimas Ekky Pratama (Indonesië), Filippo Rovelli (Italië), Cody Wyman (Amerika), Archie McDonald (Australië), Jake Lewis (Amerika) en Oscar Gutiérrez (Spanje) de overige rijders. Ondanks het kleine startveld waren de eerste races in Austin spannend, want de beslissing viel beide keren pas in de laatste ronde. McDonald en Gutiérrez waren de winnaars. In totaal komt de Harley-Davidson Bagger World Cup tijdens zes Grand Prix-evenementen in 2026 in actie. Naast Austin racet de competitie in Mugello, Silverstone, Aragón, Spielberg en tijdens de TT Assen. Zowel op zaterdag als zondag zal er tijdens de TT Assen een race met deze Harley-Davidson-motoren worden gereden. En zoals Granado al aangaf: zet je schrap voor overweldigend geluid, spectaculaire actie met niet alledaagse racemotoren en ontzettend veel power.
Niet nieuw in de Grand Prix
Voor Harley-Davidson is het niet nieuw om onderdeel te zijn van het Grand Prix-circus. Sterker nog, in de korte periode waarin de Amerikaanse fabrikant actief was op wereldkampioenschapsniveau, waren ze zeer succesvol. De motoren waarmee in de jaren 70 werd geracet, werden echter niet in Amerika gebouwd, maar in Italië. Harley-Davidson was al aandeelhouder van Aermacchi en nam het Italiaanse merk in 1973 volledig over. Aermacchi stond daarvoor vooral bekend met Renzo Pasolini in de 250cc- en 350cc-klasse. Begin jaren 70 won de Italiaan meerdere GP’s en eindigde hij in de top van het WK. In 1973 stond er voor het eerst Harley-Davidson op de tank toen het drama in Monza plaatsvond, waarbij Pasolini en Jarno Saarinen verongelukten tijdens een tragische crash in de 250cc-race. Vanaf 1974 was Walter Villa de topcoureur van Harley-Davidson. Driemaal op rij (1974 t/m 1976) werd de Italiaan met de Harley-Davidson RR250 wereldkampioen in de 250cc. In 1976 werd Villa ook nog eens wereldkampioen met de RR350 in de 350cc-klasse. Om aan te geven hoe sterk Harley-Davidson in die jaren was: in 1975 eindigde Villa’s teamgenoot Michel Rougerie als tweede in het 250cc-wereldkampioenschap. Vanaf 1977 veranderde dat snel. Vooral de Japanse fabrikanten waren flink in opmars en de voormalige Aermacchi-fabriek deed steeds minder aan de ontwikkeling van de motoren. Na vier wereldtitels in drie jaar werd Villa in 1977 nog wel derde in het 250cc-wereldkampioenschap. Er waren toen al veel problemen met het frame, waardoor de Nederlander Nico Bakker tijdens het seizoen werd ingeschakeld. Vanaf 1978 had Harley-Davidson geen eigen fabrieksteam meer. In datzelfde jaar stopte het merk ook met al haar raceactiviteiten en werd de voormalige Aermacchi-fabriek in Varese verkocht aan Cagiva.
Tekst: Asse Klein
Fotografie: Harley Davidson, MotoGP, ANP


