Wat is het en wat doet het… Rake, Trail en Offset

Gepubliceerd:

Iedereen heeft weleens een motor voorbij zien komen met een opvallende voorvork. Bij sommige motoren lijkt de voorvork bijna horizontaal te lopen, terwijl die van sportmotoren juist vrijwel rechtop staat. Waar de ene motor vooral is ontworpen voor een extreme uitstraling, is de andere juist gericht op optimale prestaties. Maar betekent dat automatisch dat een motor met een minder steile vorkhoek beter presteert dan een chopper met een extreem schuine vorkhoek? Het antwoord is nee. Dat hangt namelijk niet alleen af van de voorvork zelf, maar vooral van drie belangrijke factoren en de onderlinge verhouding daartussen. In dit artikel lichten we die drie factoren stap voor stap toe.

De eerste en meest voorkomende misvatting betreft de vorkhoek en de balhoofdhoek (rake). Veel mensen denken dat dit hetzelfde is, maar niets is minder waar. De balhoofdhoek is de hoek waar we het hier over hebben, terwijl de vorkhoek het totaalbeeld van drie verschillende factoren weergeeft. Met de balhoofdhoek bedoelen we de hoek van het balhoofd ten opzichte van de verticale lijn vanuit het balhoofd naar beneden.

BALHOOFDHOEK (RAKE)

De bepalende factor hierbij is dus de hellingshoek van het frame ten opzichte van de verticale as, zoals in de onderstaande afbeelding is weergegeven. Wanneer je kracht uitoefent op het stuur, wordt die via het stuur doorgegeven aan de voorvork. De hellingshoek speelt daarbij een belangrijke rol in de manier waarop die kracht wordt verdeeld.

Hoe dichter het wiel bij het zwaartepunt van de motor zit, hoe gemakkelijker de motor stuurt. Met een kleine balhoofdhoek stuurt een motor dus relatief licht. Dat is ideaal als je op zoek bent naar een kleine draaicirkel en een korte wielbasis. Aan de andere kant kan de motor bij hogere snelheden instabieler worden. Het tegenovergestelde effect levert een grote balhoofdhoek. Daarmee vergroot je de wielbasis, maar krijg je ook een grotere draaicirkel en moet je meer kracht zetten om het wiel te sturen. Wat stabiliteit betreft, voelt een motor met een grote balhoofdhoek juist stabieler aan bij hoge snelheden, maar minder wendbaar bij lage snelheden.

Versleten Twin Cam, weggooien of repareren?

De balhoofdhoek hangt dus af van het type motor dat je zoekt en van het gebruiksdoel. Zoek je een motor die uitstekend stuurt in de stad of in bergachtig gebied, dan is een kleine balhoofdhoek en een korte wielbasis vaak de juiste keuze. Ben je juist van plan om lange afstanden over de snelweg te rijden, dan is een motor met een grotere balhoofdhoek zeker geen slecht idee. Meestal ligt de balhoofdhoek tussen de 22 en 32 graden, omdat deze waarden zich hebben bewezen op het gebied van stabiliteit, respons en uitstraling.

Een verkeerd gekozen balhoofdhoek kan grote invloed hebben op het rijgedrag van je motor. Daarom is het essentieel om deze goed af te stemmen. Kies dus een balhoofdhoek die past bij jouw rijstijl; wat voor de een goed werkt, hoeft niet automatisch ook voor de ander ideaal te zijn.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is een verlengde of verkorte voorvork. Door een vork te verlengen of te verkorten, pas je indirect de balhoofdhoek aan zonder direct aan het frame te sleutelen. Bij een langere voorvork komt de voorkant van het frame iets hoger te staan, waardoor automatisch een andere balhoofdhoek ontstaat.

NALOOP (TRAIL)

Tijd voor deel twee: De naloop, oftewel de trail. Het effect op het stuurgedrag lijkt in de basis op dat van de balhoofdhoek, maar de manier waarop je het meet en beoordeelt is anders. Naloop kun je namelijk niet simpelweg met een gradenboog bepalen. Het is de afstand tussen twee denkbeeldige punten. Bekijk de onderstaande afbeelding om dat principe beter te begrijpen.

Op de afbeelding zie je dat de naloop wordt gemeten als de afstand tussen twee denkbeeldige punten op de grond. Het eerste punt bepaal je door een denkbeeldige lijn te trekken langs de stuuras, zoals die door het frame loopt, tot aan de grond. Meestal komt die lijn overeen met het balhoofd in het frame, maar bij het gebruik van bijvoorbeeld cups met 3 graden rake verandert die lijn en dat heeft direct invloed op de naloop. Het tweede punt bepaal je door vanuit de as van het voorwiel een denkbeeldige lijn recht naar de grond te trekken. De afstand tussen deze twee punten noemen we de naloop.

De naloophoek heeft een veel groter effect op de wegligging dan de balhoofdhoek. Het basisprincipe is hetzelfde. Met de naloophoek verleng of verkort je de wielbasis van de motor, waardoor het sturen moeilijker of juist makkelijker wordt. Met het goed zoeken naar de juiste naloop kan je zorgen dat een chopper met een grote balhoofdhoek prima stuurt, mits je inderdaad de juiste afstelling vindt. Maar het kan er ook voor zorgen dat een motor erg moeilijk te besturen wordt door een verkeerde naloop.

Qua invloed op het rijgedrag is het basisprincipe ook hetzelfde als bij de balhoofdhoek. Meer naloop geeft je een langere wielbasis en je krijgt een stabiele motor bij hoge snelheden en een traag sturende motor bij lage snelheden. Minder naloop geeft je precies het tegenovergestelde.

Normaal gesproken is de naloop positief. Dat betekent dat het punt dat vanaf de as van het voorwiel wordt gemeten, achter het punt van de stuuras ligt. De naloop kan echter ook negatief worden, bijvoorbeeld door een verkeerde combinatie van voorvork en frame zonder de balhoofdhoek aan te passen. Zo’n situatie moet je koste wat kost vermijden. Bij lage snelheden kan de motor dan nog prima sturen, maar bij hogere snelheden wordt hij instabiel en kun je door de kleinste oneffenheid in het wegdek al de controle verliezen.

Net als bij de balhoofdhoek, varieert de mate van naloop per motortype. Experts zeggen dat een naloop van 9 tot 15 cm ideaal is. Houd er rekening mee dat de naloop in verhouding moet staan ​​tot de balhoofdhoek, aangezien de combinatie van beide bepalend kan zijn voor het succes van je setup.

DE SPRONG (OFFSET)

Nu de basisprincipes zijn behandeld, is het tijd voor de afstelling die de grootste invloed heeft op de naloop van een motor: de sprong ofwel de offset. Als je naar verschillende voorvorken kijkt, is het je misschien opgevallen dat de stuuras niet altijd in lijn ligt met de vorkbuizen. Meestal staan de vorkbuizen iets verder naar voren dan de stuuras in het frame. De afstand tussen die twee noemen we de sprong. Bij sommige voorvorken verschilt niet alleen die afstand, maar ook de hoek tussen de buizen en de stuuras. Fabrikanten passen dit bewust toe om de optimale balans tussen balhoofdhoek en naloop te vinden.

Door de sprong of de hoek van de sprong aan te passen, kun je de naloop van een motor direct beïnvloeden zonder de balhoofdhoek van het frame te veranderen. Een bekende methode is het gebruik van verstelbare kroonplaten. Zo blijft het balhoofd van het frame hetzelfde, terwijl de naloop wel wordt aangepast. In combinatie met verlengde vorkbuizen kan dat visueel een spectaculair effect geven. Maar als de naloop te drastisch wordt veranderd, kan dat resulteren in een negatieve naloop. Dat ziet er misschien indrukwekkend uit, maar het rijdt op hogere snelheden allesbehalve prettig.

AANPASSEN BALHOOFDHOEK EN NALOOP

Voordat je begint met het aanpassen van je balhoofdhoek en naloop, zijn er een paar zaken waar je rekening mee moet houden. Zelfs kleine wijzigingen aan je motor, zoals het vervangen van het voorwiel, hebben direct invloed. Vervang je bijvoorbeeld een 16-inch voorwiel door een 21-inch exemplaar, dan komt de voorkant van de motor hoger te staan en verandert de balhoofdhoek. Daardoor verandert ook de naloop. Hetzelfde geldt voor langere of kortere vorkpoten. Een voorvork die 6 inch langer is, kan er misschien geweldig uitzien, maar heeft ook direct invloed op de rijeigenschappen van je motor. Doordat de voorkant van het frame hoger komt te staan, veranderen zowel de balhoofdhoek als de naloop.

Een kleine disclaimer: dit alles geldt alleen voor hydraulische voorvorken. De basisregels voor naloop, balhoofdhoek en offset zijn ook van toepassing op springer- en girdervorken, maar daarbij komt extra theorie kijken. Bij springervorken kun je alle bovenstaande factoren aanpassen, maar moet je ook rekening houden met extra variabelen, zoals ‘flop’. Flop bij een springervork (vaak ook ‘front end flop’ genoemd) is het gevoel dat het voorwiel van de motor zomaar naar één kant wil vallen als je langzaam rijdt. Dit kun je beïnvloeden met de lengte van de springervork vork en de vorm of grootte van de rockers. Flop speelt ook bij hydraulische voorvorken een rol, maar dat effect is minimaal zodra naloop en balhoofdhoek goed zijn afgesteld. Bij een springervork is dat een heel ander verhaal, maar dat onderwerp bewaren we voor een volgende keer.

Tekst en fotografie: Rick Cazemier

Gerelateerde artikelen

Recente artikelen