Al zo’n vijftien jaar zwerft Onno en zijn maatje G-Rat minimaal een keer per jaar op de motor door de USA. In de druilerige Nederlandse wintermaanden daarvoor speurt hij soms dagenlang het internet af op zoek naar interessante custombike shops, evenementen en bezienswaardigheden. In dit verhaal bezoeken Onno en G-Rat het Mendelhall Museum in Santa Ynez Valley, Californië, USA.
Vorig jaar voerde onze annual roadtrip van drie weken ons onder andere door Californië. Behalve vertrek en aankomst zijn onze plannen losjes. Globaal wordt een route uitgezet, maar afhankelijk van de te bezoeken plaatsen en het weer, wordt daarvan regelmatig afgeweken.
Nadat we bij Mike Corbin de motoren hadden opgepikt reden we via de Born Free Rally weer terug naar het noorden. Een jaar van de zoveelste hittegolf, met elke dag temperaturen ruim van boven de veertig graden die het zweet over je gezicht liet lopen, zelfs tijdens het rijden. Uiteraard volgen we de beroemde Hwy 1, de Pacific Coast Highway die hier en daar in de El Camino Real, de Hwy 101 is opgenomen en ons langs de prachtige kust aan de Stille Oceaan voert. Links zien we de oceaan, rechts glooiende heuvels, de weg wordt geflankeerd door palmbomen en de zon schijnt uitbundig in onze gezichten. De MagnaFlow uitlaten onder onze Harleys slaan een tevreden roffel; dit is het Grote Genieten. De route voerde op een waanzinnig hete dag naar het plaatsje Buellton, gelegen in de prachtige Santa Ynez Valley net ten noordwesten van L.A. Daar bezochten we ‘The Mendenhall Museum’; een privécollectie met de grootste verzameling benzinepompen, borden, verkeersborden en alle gekkigheid die je je eigenlijk voor kunt stellen. Op de website zag het er veelbelovend uit, dus met de camera in de aanslag bellen we na onze telefonisch gemaakte afspraak vol verwachting aan.
AMERICANA
Mark en Vicky doen de enorme poort open en zelfs voor Amerikaanse begrippen is dit toch wel iets speciaals. We kijken in de USA nergens meer van op, maar vandaag… Vicky, duidelijk de baas, begint met haar verhaal: “In de vijftiger jaren had Jack Mendenhall, mijn schoonvader, een Richfield Service Station en een afsleepcontract met de AAA. Nadat hij eind jaren zeventig zijn benzinestation had verkocht, ging Jack als verkoper van reclameborden de weg op. Hij reisde heel Amerika door, maar verzamelde vooral voor zichzelf reclameborden!” Op het gigantische terrein met enkele grote loodsen, een twintigtal garages, een woonhuis en de originele oude garage, lijkt geen vierkante centimeter onbenut. Op elke plek hangt er wel een bord! “Ons museum is gevestigd op de plaats waar Jack vroeger zijn autosloop en benzinepomp had”, vertelt Vicky, getrouwd met Mark, de zoon van Jack. We kijken onze ogen uit. We krijgen een extra uitgebreide rondleiding met interessante verhalen en worden zelfs in hun eigen huis uitgenodigd. Het is machtig mooi, duizenden borden en objecten in alle maten en soorten, waarvan 98% echt is volgens Mark en Vicky. Het is een stuk ‘Americana’; tastbare geschiedenis van de auto- en motorcultuur uit het verleden van de USA. Hier ruik en proef je de tijd van weleer.
Patrick bouwt ook zijn derde diorama met motorthema: Dixie
LAND SPEED RACING
Mark en Vicky wonen te midden van hun collectie en laten graag alles zien, van de keuken tot het toilet, dat ook een bezienswaardigheid op zich blijkt te zijn. Zoals het gros van de Amerikanen dat buiten de grote steden woont, hebben zij veel ruimte en bijna alles wordt eeuwig bewaard. Mark en Vicky runden vijfentwintig jaar het Chevron Service Station, waar Jack vroeger in was begonnen. In het begin werd Jack’s collectie goed uitgedund, totdat zij zelf ook die verslavende verzamelaarswoede kregen en er weer steeds meer aan de verzameling werd toegevoegd, resulterend in dit museum. In de ‘diner’, compleet met goed gevulde bar, krijgen we koffie. Terwijl wij alles in ons proberen op te nemen en daarbij bijna een stijve nek krijgen, omdat ook het plafond helemaal vol borden hangt, vertelt Vicky dat het museum ook voor bruiloften, feesten en meer gebruikt wordt. Vader Jack en Mark waren ook actief in de racerij. Mark doet nog steeds van alles wat met auto’s en snelheid te maken heeft en racet graag op de Dry Lakes, drooggevallen meren als El Mirage waar snelheidsrecords worden gereden. “Yeah”, zegt Vicky, “Gas-Up-Jack en Mark waren bij diverse race evenementen betrokken. Omdat hij zo gek was op de sport, stelde hij zijn huis beschikbaar voor Hall of Fame ceremonies. Nadat hij in 1991 met zijn geprepareerde wagen een record neerzette van 207,015 Miles per hour (meer dan 330 km/u) mocht hij zichzelf lifetime member of the 200 MPH Club noemen. In 1993 werd hij opgenomen in de Land Speed Hall of Fame. In 1996 haalde Mark met dezelfde auto een snelheid van 210,114 miles per hour.” Mede vanwege hun liefde voor deze tak van sport organiseert het echtpaar de tweejaarlijkse ‘Gas Up’, voor mensen die betrokken zijn bij Land Speed Racing op beroemde plaatsen als Bonneville Salt Flats en El Mirage.

GLOBES
Van elk denkbaar olie- en benzinemerk is er wel iets te vinden, van collecties promotiemateriaal en miniatuur auto’s, olieblikken, pompen, klokken en logo’s in alle stijlen en maten, tot de enorme roterende ‘76’ bol op het dakterras. “De meeste mensen gebruiken een zonnescherm, maar wij gebruiken dit om een beetje extra schaduw te hebben”, lacht Vicky. Coca Cola koelkasten, oude telefoons, grammofoons, ertussen een oude houten kar met daarop een doodskist met doorzichtig deksel. We zien er zowaar een skelet in liggen. “That’s a real one”, verzekert Vicky ons met een knipoog… Kappersstoelen, gereedschappen, gokkasten en landbouwwerktuigen uit vroeger tijden trekken de aandacht. Wanden vol met honderden trofeeën en certificaten. Ineens zie ik een bekende, een Simplex! Als enige motorfiets in dit museum een Nederlands merk, afkomstig uit Utrecht! En dat alles omringd door de mooiste, meest unieke oude benzinepompen. Stukken waar verzamelaars goud voor zouden neerleggen. Al waren het alleen al de bekende glazen ‘globes’, die vroeger op benzinepompen stonden.
GELIJKGESTEMDEN
De tour wordt vervolgd en we kijken in de garageboxen. Wow, duizenden kentekenplaten, een Dragster, een off-road auto… Ook hier vallen we weer van de ene in de andere verbazing. “De brandweerauto komt van Vandenberg Airbase”, vertelt Vicky. We bewonderen een ’39 Oldsmobile, een prachtige ’32 roadster voor El Mirage. Er is ook een speedboat en niet te vergeten de Cadillac van Jack. Het is de auto waarmee Jack de bij Amerikanen zo geliefde Parades reed. Bij de ’23 Studebaker kunnen wij Mark en Vicky nog iets leuks vertellen, namelijk dat ook bij dit merk geldt dat het van origine een Nederlander was die met het merk Studebaker begon. Dat de naam van ‘Stuutjes Bakker’ komt, ofwel broodbakker, dat wisten ze niet. Dan komen we in het oorspronkelijke garagebedrijf. De towtruck staat erbij alsof hij gisteren nog gebruikt is! Ons bezoek aan het museum van Mark en Vicky duurde langer dan gepland, dus het plan om er vandaag nog een paar honderd mijl op te zetten gaat niet meer lukken. We stappen op onze bikes en zoeken weer het karakteristieke pensionnetje op waarvan we die ochtend uitbundig afscheid genomen hebben. De eigenaresse zal ons lachend weer dezelfde kamer toewijzen. Plannen moet je niet maken als je een roadtrip maakt. Gewoon zien waar je uitkomt. En heel belangrijk, niet vergeten, altijd vragen aan de mensen die je bezoekt, of zij nog adressen voor je hebben waar gelijkgestemden een collectie hebben. En dus gaan we morgen weer bij twee andere verzamelaars langs. Zo reis je van de ene naar de andere soortgenoot; wat een heerlijk leven!
Fotografie: G-Rat en Onno “Berserk” Wieringa


