Blauwe rook en de geur van mengsmering, het rauw snerpende tweetaktgeratel en zwarte, met olie doordrenkte handen na het zoveelste nachtje sleutelen. Veel mensen omschrijven dat als nimmer terugkerende nostalgie, maar voor David Malfroot is het een tot levensstijl verworden passie.
Net als bij de meeste motards begon het ook bij David met een rits brommertjes. “Allerlei Honda’s, MB, Puch, Italjet, Garelli, Motobécane, Flandria, Peugeot… Het kunnen er wel 20, maar evengoed 30 geweest zijn. Door hun ongecompliceerde techniek waren die 50 cc machientjes vrij eenvoudig op te drijven en er was massa’s interessant gerei, zoals optionele uitlaten en cilinders, voor te koop. Vanaf mijn vijftiende ben ik in de garage intensief beginnen sleutelen. Twee jaar later had ik een 125 cc tweetakt enduro waar ik de baan rechtsgeldig niet mee opmocht, maar wel naar hartenlust kon aan rotzooien. Ondanks mijn specifieke voorliefde voor tweetaktmotoren kwam ik evenwel eerst op een viertakt terecht”, vertelt David.
DURE MISREKENING
Enthousiast vertelt hij verder hoe hij via eBay bij een Kawasaki 600R Ninja uit Miami terechtkwam en ietwat ondoordacht het rood/grijs/blauwe beest naar België liet overkomen. “Een heuse viercilinder met vier carburateurs, dat leek me wel iets. Helaas had ik mij een beetje misrekend, want toen de container in Gent Zeehaven arriveerde mocht ik nog heel wat invoertaksen en vrachtkosten afdokken. Na de montage van andere sproeiers en een populaire 4-in-1 Sebring uitlaat ben ik een tijdje zoet geweest met die asfaltninja, tot ik Harley-Davidson op het oog kreeg. Vanaf dat moment was de Japanner plots niet goed genoeg meer. Tijdens mijn tripjes zag ik voortdurend Harley’s voorbij jakkeren en ook aan de kroegjes onderweg zag ik steeds meer van die heavy bikes geparkeerd staan. Indrukwekkende ploffers met vette motorblokken, een stevige ronk en een glorieuze uitstraling. Toch ging ik er niet onmiddellijk naar op zoek, vooral omdat zo’n machine vrij onbetaalbaar leek. Niks voor mij dus.”
Early Shovelhead: Wout voert eigenhandig een revisie en een metamorfose uit…
HARLEY JUNKIE
David lacht: “Totaal onverwacht kocht ik wat later een tweedehands mint green Heritage Softail 1340. Daar ben ik schuddend en bevend mee thuisgekomen, want ik begon stilaan aan mijn opgesoupeerde centen te denken. In vergelijking met de Japanner was de twin verschrikkelijk zwaar en moeilijk te rijden, precies een tank. Maar het zalige gevoel en de sound gingen me door merg en been. Inmiddels ben ik tot het besluit gekomen dat het een goede investering was en de motor hier nooit meer weggaat. Ik was meteen behoorlijk ‘gebeten’, want nadien kwamen er nog twee Sportsters bij, waaronder een hardtail. Die beviel me niet zo goed, want ik heb niet de allerbeste rug. Er werd met plezier aan gesleuteld, maar na een tijdje gingen ze allebei de deur uit. De volgende stap was een Ironhead uit 1974, mijn geboortejaar. De chopper heeft een rechtsgeschakelde bak en is kickstart only. Het aanmeppen is een ware aanslag op de kniegewrichten en gemakshalve heb ik er een elektrische starter opgezet. Ik stond er eerder mee in Bigtwin. Ook die gaat hier nooit meer weg, want ik ben ondertussen een onverbiddelijke Harley-junkie geworden.”
HOOGSTE BOD
Het bestaan van tweetakt Harley’s ontdekte David toevallig via het internet. Het zijn lichte motoren die in het Italiaanse Varese gebouwd werden in samenwerking met Aermacchi en later het commerciële AMF (American Machine and Foundry). De coöperatie was in de jaren zestig tot stand gekomen omdat Harley zijn verkoopscijfers angstwekkend zag dalen en lichtere motoren wou introduceren voor een nieuw en jonger publiek. De machines zijn wat in de vergetelheid geraakt en het is niet evident om er eentje te pakken te krijgen. David: “Op de online veilingsite Catawiki had ik een AMF X90 uit 1974 gespot. Er waren meerdere geïnteresseerden, maar ik ben koppig tot het hoogste bod doorgegaan. Hij stond bij zijn eerste eigenaar in Madrid en er was werk aan. Het hebbedingetje werd bij mij thuis afgeleverd door een Nederlandse transportfirma die constant met auto’s op en af naar Spanje reed. De 8 pk sterke en 57 kg wegende minibike was, op wat gebruikssporen en enkele deukjes in de tank na, in goede conditie. Enkel voor de ontbrekende luchtfilter moest ik op zoek naar een aftermarket kelk. Met amper 3.000 km op de teller werd de motor door de Belgische overheid onverbiddelijk als ‘nieuw’ omschreven en niet als tweedehands. Daardoor moesten er extra invoertaksen afgerekend worden. Na demontage werden het frame en de overige onderdelen opnieuw gelakt. Ook mechanisch kreeg het Amerikaantje zijn vroegere topconditie terug. Piece of cake, want ik werk dagelijks aan verbrandingsmotoren en heb automechanica gestudeerd. Ik kocht de X90 eerder als verzamelobject en heb er zelf amper 20 km mee gereden. Hij kreeg een statig plekje naast mijn zetel in de woonkamer. Hij is ingeschreven, ik kan ermee rijden wanneer ik wil.”
RAVAGE
Terwijl de wereld schreeuwt om schoner en stiller vervoer, ging David na de X90 stoïcijns op zoek naar een zwaardere AMF-tweetakt. Het schaarse aanbod uit Duitsland of een duister Oostblokland wekte echter weinig interesse op. David: “Toen er aan de Belgische kust plots een 250SS opdook ben ik er meteen met de camionette naartoe gereden. Zwaar ontgoocheld trof ik er een regelrecht wrak aan. De eigenaar had hem bij een Engelse motorzaak gekocht die enkel speciallekes verhandelde. Hij wou hem aanvankelijk zelf restaureren, maar na vijf jaar zoeken kwam hij tot de vaststelling dat er amper vervangstukken voor te vinden waren. De Kickstarter en zuiger leken niet vast te zitten. Ondanks de zware averij heb ik hem zonder twijfelen meegenomen. Demontage bracht aan het licht dat de interne toestand een complete ravage was. Het leek wel of de motor als onderdelendonor gebruikt was en uit ingeruilde afbraakstukken bestond. Zijn lage kilometerstand was dus ook hoogstwaarschijnlijk een nepfaçade. Er zaten geen dichtingen tussen de carterhelften, de lagers waren stuk en de zuiger zat vol groeven, waarschijnlijk tengevolge van een defecte oliepomp. Het peil van de in het frame opgeslagen olie was immers in orde. Ook de magneten van het vliegwiel waren gebroken en hadden in hun verwoesting de ontstekingsspoelen meegenomen. De carburateur was binnenin zwaar aangetast en hoe je dat fikst weet ik niet, maar de krukas was gescheurd. De helse zoektocht naar onderdelen kon beginnen.”
ETTELIJKE WERKUURTJES
David: “Een specifieke website of AMF replicastukken bestaan niet. Gelukkig kwam ik via de Amerikaanse eBay bij particuliere verkopers terecht. Mensen die al 20 jaar onderdelen op zolder stockeren, soms nog nieuw in de doos. De door een vermoedelijke val beschadigde schakelkast vond ik in Canada, het achterlicht in Italië. Importeren kost dan alweer extra invoertaksen, maar je bent tevreden dat je de stukken alsnog hebt. Een in motorenrevisie gespecialiseerde firma wou de gebarsten krukas niet oplassen. Ik heb ze dan maar zelf gelast, maar toen die klaar was vond ik een nagelnieuw exemplaar in Italië. Het gescheurde zadel, waarvan de afgestorven mousse met tape overplakt was, werd door een professioneel zadelmaker hersteld. Voor de ontbrekende spaken kon ik bij JW Boon in het Nederlandse Ruinen terecht, die had zelfs een aantal AMF-onderdelen op stock. Het spaken en uitlijnen heb ik zelf gedaan. Vooraan ligt er een diagonale en achteraan een radiale band op. Volgens de technische specificaties is dat correct. In het opknappen van de geblutste benzinetank, die binnenin vol vettigheid en roest zat, slopen heel wat werkuurtjes. De verchroomde uitlaat was nog in prima staat, maar op een tweetakt hoort eigenlijk een expansiepijp te zitten. Dat bleek voor dat type niet te bestaan. Bijgevolg heb ik er zelf eentje ontworpen en gelast. Het resultaat was nogal brak, maar dat werd opgelost door hem in een stijlvol donkerbruin/blauw kleurtje te branden.”
BLIJVEN DOORGAAN
De 250SS had toen David hem in zijn bezit kreeg nog zijn authentieke zwarte kleur en striping uit 1976. “Aanvankelijk wou ik deze setting terugplaatsen, maar urenlange brainstormsessies later kwam ik uiteindelijk bij wit terecht”, zegt hij. “Het oude rood/wit/blauwe ‘Harley Number one’ logo inspireerde me voor de kleurstelling van de stickerset. Het heeft nogal wat tijd en creativiteit gekost om die schoon op het AMF-embleem te laten aansluiten. Na het tot leven wekken van het 20 pk brakende tuig heb er ik er een vijftal kilometer mee gesjeesd”, lacht David. “Het is meer een aanvulling voor de verzameling. In de woonkamer of op de veranda worden de straatrakkers goed gesoigneerd. Deze pareltjes zal je onderweg niet vaak tegenkomen. De 250 werd tussen 1975 en 1978 verkocht en elk modeljaar zaten er verschillende onderdelen op, zoals een andere carburateur of gaskabel. Het zoekwerk naar de juiste, zeldzame stukken neemt dikwijls evenveel tijd in beslag als het sleutelen achteraf. Toch eindigt mijn AMF-story hoogstwaarschijnlijk niet met deze twee lightweight bikes. Ik heb alweer zitten rondneuzen naar een Aermacchi H-D, liefst met niet al te veel werk aan. De specifieke sound, de geur en de tweetaktmechaniek zijn een onderdeel van mijn leven geworden. Ook al wringt het lichaam soms een beetje tegen, ‘blijven doorgaan’ is mijn lijfspreuk!”
Tekst en fotografie: De Muynck Patrick



