Elk jaar als wij plannen maakten voor onze zomerrit, stelde Rob voor naar Marokko te gaan. Hij is in 1981, met zijn broer als duopassagier, op de BSA, naar dit Noord-Afrikaanse land geweest en dat maakte blijkbaar veel indruk. Dit jaar moest het er maar eens van komen en gaven we hem zijn zin. ‘Samen uit, samen thuis’ ging deze keer helaas niet op. Niet omdat we onenigheid zouden hebben, maar omdat het qua tijd niet uitkwam en niet iedereen dezelfde mogelijkheden had.
Plan 1 was om met het vliegtuig naar Malaga te gaan, de motoren per vrachtwagen daar naartoe te laten brengen en dan over te steken naar Marokko. Het voordeel daarvan is dat we zeker weten dat we in Marokko komen en niet ergens in Frankrijk of Spanje stranden. Ook qua tijd zou dit diverse deelnemers beter uitkomen. Ik heb echter tijd in overvloed dus ik besloot naar Malaga te rijden (Plan 2). Bovendien ben ik een groot liefhebber van Frankrijk en Spanje en beschouwde ik het als een gemiste kans om er overheen te vliegen. Bovendien had ik, als architectuurliefhebber, een lijstje met (middeleeuwse) gebouwen die ik altijd nog eens wilde bekijken.
SOLO NAAR SPANJE
Mijn vertrekdatum was vrijdag 17 april. Bij McDonalds in Amsterdam-Noord werd ik uitgezwaaid door mijn medereizigers Rob, Piet en Klaas en door Henk.
De reis naar Zuid-Spanje verliep goed, maar op de vierde dag stopte De BSA A10 Super Rocket er plotseling mee. Het leek alsof hij geen benzine kreeg, maar later bleek het een vastloper te zijn. Het enige wat ik kon doen was aantrappen. Na diverse pogingen en een flinke plof kreeg ik het machien weer aan de gang, maar na dit voorval begon hij olie te lekken; Hij liep echter wel goed. Op maandag 27 april bereikte ik mijn voorlopige eindbestemming: Camping Los Jardales in Calahonda. Hier had ik nog twee dagen om de komst van mijn vrienden af te wachten. Rob, Klaas en Piet waren op 30 april al vroeg aan boord gegaan van het vliegtuig. De aankomst in Málaga verliep soepel, net als het ophalen van de motoren en om 11.45 uur kwamen zij de camping oprijden. Rob reed op zijn onlangs aangeschafte Triumph Harris-Bonneville uit 1986, Piet op de A10 Golden Flash en Klaas mocht van vrouwlief Sylvia haar nieuwe Triumph 400 Scrambler meenemen. Ik was blij dat ze er waren want hoewel ik het goed kan vinden met mezelf, is twee weken alleen rijden en kamperen best wel saai. Piet had een grote fles met zijn favoriete wijn meegebracht zodat we op waardige wijze onze hereniging konden vieren.
Droomreis USA: Chilco op zijn Sportster in Amerika
VALPARTIJ
Op vrijdag kon het Marokko-avontuur beginnen. We reden naar Tarifa (het zuidelijkste punt van Europa) om van daaruit de veerboot naar Tanger te nemen. De Marokkaanse douane nam er uitgebreid de tijd voor om ons het land binnen te laten, maar na een dik uur stonden we toch in Tanger. De eerste indruk was dat het een redelijk moderne stad was. Op de boulevard konden we bij een wisselkantoor dirhams opnemen. Betalen per betaalkaart is in Marokko bijna niet mogelijk, alles wordt contact afgerekend. Een vriendelijke man die onder de indruk was van onze motoren en een beetje Nederlands sprak, wees ons de toeristische route naar Asilah. We reden langs de kust en langs het koninklijk paleis. Toen we langs het strand meerdere groepen kamelen zagen staan, wisten we dat we in Afrika waren aangekomen. In Asilah reden we de camping voorbij en moesten we dus omkeren. Op de weg lag een snelheidsremmer, een kunststof verkeersdrempel. Piet remde voor dit onding, maar zijn voorrem blokkeerde en hij klapte tegen het asfalt. Zijn kin zat onder het bloed maar zijn motor was er nog erger aan toe: een deuk in de tank en de koplamp-nacelle in de kreukels. De koplampspiegel was eruit gevallen, maar bleek nog wel bruikbaar. Op de camping heeft Klaas de nacelle een beetje in de oude vorm kunnen buigen en met behulp van ducttape heeft hij de koplampspiegel er weer ingeplakt. De koplamp brandde zelfs weer. Op de camping kwam een man naar ons toe die zei dat we voor een paar dirhams extra in een huisje konden slapen. Dat leek ons een goed plan want dan hoefden we de tenten niet op te zetten. Diezelfde man bleek aan de overkant van de weg een restaurant te hebben waar we die avond een goede visschotel konden eten. Op onze vraag of hij ook voor bier kon zorgen antwoordde hij dat hij zijn best zou doen. Dat bier is er helaas nooit gekomen en we moesten ons tevreden stellen met frisdrank en water. Toen ik het sanitair op de camping zag dacht ik: ‘erger dan dit kan het niet worden’, maar op de tweede camping was het nog slechter en op de derde camping…

1001 NACHT
We wilden de snelweg die langs de kust loopt mijden en reden tweebaanswegen naar het zuiden. Toen we door het binnenland reden, leek het alsof we in een sprookje van 1001 Nacht terecht waren gekomen. Alle vrouwen droegen lange jurken en een hoofddoek, mannen waren vaak ook gekleed in een soort van jurk (zoals je die ook wel ziet in Amsterdam) met puntmuts of een kalotje op hun hoofd en het vervoer ging per ezel, paardenkar of driewielmotor (Docker die gebouwd worden in Marokko). Overal zagen we herders, soms een vrouw die de hele dag slechts één koe bewaakte of mensen die kleine groepjes schapen in de berm lieten grazen. Ik vroeg me af: ‘hebben die mensen niet iets beters te doen, kun je daar je geld mee verdienen?’ In een dorpje stopten we voor de lunch. We moesten daarvoor (omgerekend) 12 euro betalen. We vroegen ons af of dat per persoon was maar het bleek het totaalbedrag voor ons vieren te zijn. Wilde je naar de wc dan moest je naast het restaurant door een steegje met aan het einde een deur. Achter die deur was een gat met twee voetstappen. Bij Piets valpartij was ook zijn spiegel gesneuveld. Een paar kilometer vóór Rabat reden we langs een motorwinkel waar Piet een setje nieuwe spiegels kon kopen. De verkoper was bijzonder geduldig en nam uitgebreid de tijd om ze te monteren. Wat onderweg opviel was dat op vrijwel elke rotonde politiecontrole was, hetzij door de plaatselijke politie, hetzij door de Gendarmerie Royal. Net als bij die herders vroeg ik me af of die mensen niet beter iets nuttigs konden gaan doen.
BOUWPUT
Je zou denken dat de kuststreek toerisme trekt, maar dat was hier niet het geval. We zagen wel veel appartementen te huur en te koop en veel huizenblokken die niet afgebouwd waren. Zij stonden vaak 100 meter of meer uit elkaar met daar tussen niets. Van enige stedenbouwkundige planning leek geen sprake. Wat ook opviel was de rotzooi; Overal lag (plastic) afval. We kwamen door een dorp waar midden op de straat een paar bergen afval lagen. Lagen die te wachten tot de gemeentereiniging langs zou komen? Een ander opvallend verschijnsel was dat plaatsnaamborden ontbraken. We reden een stad of dorp in, maar hadden geen idee waar we waren. Een paar dagen later, toen we door het binnenland reden, stonden die borden er wel. Sommige wegen waren in goede staat, maar vaak moesten we om de gaten in het wegdek heenrijden. Een paar dagen later reden we een dorp binnen en plotseling hield het wegdek op en reden we door een bouwput. Onze zaterdagrit eindigde in Mohammédia. Camping Mimosa klonk goed en het terrein was niet al te slecht. Op de camping was een grote kantine, maar er was bijna niemand. In het naastgelegen restaurant hebben we ’s avonds gegeten, met uitzicht op de oceaan.
CAMPING MUNICIPAL
We wilden de drukte van de grote steden zoveel mogelijk mijden en namen daarom de doorgaande route door Casablanca. We reden een stuk langs de kust en kwamen in El-Oualidia terecht. De doorgaande weg stond volkomen vast omdat er een markt was. Het leek een grote vrijmarkt zoals bij ons op Koningsdag. Met veel moeite konden we tussen de auto’s door laveren en de koppeling kreeg het zwaar te verduren. We waren de drukte zo zat dat we daarna de snelweg namen naar Safi. Toen we onderweg bij een benzinepomp stopten wees Piet me erop dat er rook uit mijn achterrem kwam. Waarschijnlijk werkte de veer die de remhevel terugtrekt niet goed waardoor de remschoenen aanliepen. Piet stelde een snelbinder beschikbaar die de remhevel terug kon trekken. De camping in Safi was een ‘camping municipal’. Van een gemeentecamping mag je verwachten dat die wordt onderhouden, maar dat was hier waarschijnlijk al 20 jaar niet gebeurd. De campingbeheerder liep een beetje te lanterfanten terwijl hij ook een bezem en een dweil had kunnen pakken om het sanitair schoon te maken, maar dat was blijkbaar te veel moeite. Ik vind dat respectloos tegenover je gasten, maar blijkbaar denken Marokkanen daar heel anders over.
RESTAURANTS
Toen ik bezig was mijn tent op te zetten stak er een windvlaag op die er met mijn tent vandoor wilde gaan. Natuurlijk hield ik het tentdoek vast maar één aluminium tentstok was hier niet tegen bestand en brak. Klaas kwam met het idee in het holle pijpje een pen te slaan, Piet stelde een tentharing beschikbaar en zo hebben we de stok gerepareerd. In de dagen daarna zijn de stokken nog vier of vijf keer gebroken. ’s Avonds lieten we ons per taxi naar het dichtstbijzijnde kruispunt brengen waar diverse restaurants waren. Zij leken echter nauwelijks op een restaurant, meer op grote garageboxen, zonder enige inrichting. Uitstraling en presentatie zijn blijkbaar zaken die in Marokko niet aan de orde zijn; Een hal met tafels en stoelen is voldoende. Een menukaart was er niet, je moest eten wat de pot schafte en gelukkig liep dat goed af. Na een goede maaltijd zijn we naar het centrum gelopen en kwamen in de medina terecht; een wirwar van smalle straatjes waar je van alles kon kopen, van kleding, sieraden en leren sandalen tot souvenirs, snuisterijen en voedsel. We vonden zelfs de enige bar in de stad waar bier werd geschonken. Een taxi heeft ons teruggebracht naar de camping. Ook hier werden we de volgende ochtend om vijf uur gewekt door het geroeptoeter vanaf een moskee.
MARRAKECH
Vanuit Safi reden we naar Marrakech. Na een rit van 155 km kilometer kwamen we aan op camping Le Relais de Marrakech en werden we er prettig verrast. Dit bleek een heel nette camping zoals we die in Europa gewend zijn. Het sanitair was keurig verzorgd, er was een zwembad en in het restaurant werd bier en wijn geschonken. Bij het zwembad stond een groot bord met de mededeling dat het dragen van een burkini was verboden. Terwijl wij in het zwembad lagen reed Rob die middag naar Marrakech. Hij wilde bij de minaret van de Koutoubia-moskee dezelfde foto maken als 45 jaar geleden.
Mijn motor liep de laatste tijd niet lekker; hij startte slecht en hield in als ik het gas opendraaide. Ik had een reservemagneet bij me en heb die er de volgende ochtend op gezet. Daarna waren de problemen voorbij. De dinsdag hadden we gereserveerd voor een bezoek aan de stad. Het leek ons geen goed plan om dit met de motor te doen in verband met het drukke verkeer en omdat je dan de hele dag in je motorkleding rondloopt. Daarom zijn we met de taxi gegaan.
Vanaf het grote Place Jemaa el fna met veel marktkramen en straatartiesten, liepen we de shouk in die veel gelijkenis vertoonde met die in Safi. Ook hier was allerlei spul te koop dat je niet wilt hebben en op de motor niet kunt vervoeren. Na een lange slenterpartij vielen we binnen in restaurant l‘Adresse aan het grote plein om het doel van onze reis te verwezenlijken: couscous eten in Marrakech. Op een fraai dakterras, met uitzicht over het plein, hebben we deze taak volbracht. Maar dit betekende natuurlijk nog lang niet het einde van ons avontuur…
Fotografie: Ad van Boheemen


