Robert Verdickt kan mateloos genieten van zijn collectie Harley’s en de bijhorende kameraadschap. Wanneer we bij hem aankloppen zit hij net middenin een gezellige barbecue. Dat belet hem echter niet om de braadworsten even terzijde te schuiven, teneinde zijn verhaal te doen over de ups en downs van zijn rijkgevuld motorleven.
Robert: “Op mijn achttiende ben ik beginnen motorrijden op een Yamaha 650 Special, een tweecilinder choppermodel. Barstensvol jeugdig enthousiasme besloot ik na tijdje om over te schakelen op een Honda 1000 CBX. Ik was in de ban geraakt van het imponerende, superschone zescilinder motorblok en wou graag wat extra paardenkrachten. Met 105 pk was het Japanse vlaggenschip eind de zeventigerjaren een wreed bangelijke machine. In 1978 lag ik mee aan de bakermat van motorclub ‘Griezel’, een vriendenclubje voor alle types motoren met ongeveer zestien leden. Wat later leerde ik een vrouwke kennen die verzot was op Harley’s. Met die dame ben ik toen getrouwd en in het Nederlandse Gouda kocht ik mijn eerste Harley-Davidson, een 1200cc zware Early Shovel van 1966. De kick van snelheid op de zescilinder werd nooit gemist, maar gaandeweg vervangen door een intens ‘Harleygevoel’, dat tot op heden stand blijft houden.”
Dirty Diana: Steve vreet zijn kilometers in Clubstyle
KAMERAADSCHAP
Robert vervolgt: “Omstreeks 1988 ben ik lid geworden van HDC Putte, die in dat jaar de Superrally van Acosse organiseerde. Daar kwamen duizenden Harleyrijders op af en ik was er meteen zwaar van onder de indruk. Het gezamenlijke toeren en de kameraadschap lagen me nauwer aan het hart dan de snelheid op de Japanner. Het IJzeren Gordijn was net gevallen en het avontuur lonkte. Terwijl de meesten naar Spanje trokken, ging ik met de vrienden als één van de eersten op reis naar de voormalige Oostbloklanden Hongarije en Tsjechië. We namen deel aan meetings, of sloegen gewoon ergens het tentje op waar het best uitkwam. Motorrijders werden destijds nog als schorem aanzien en toen we in de buurt van Bayreuth in een zwaar onweer terecht kwamen, waren we praktisch nergens welkom. Helemaal doorweekt zijn we na lang zoeken uiteindelijk toch aan een bed geraakt en de reis was een fantastische ervaring. Met die Early Shovel heb ik lang gereden, maar in 1992 heb ik er helaas ook een zwaar ongeval mee gehad op de terugweg van een Golden Earring concert. Onderweg waren er wegenwerken met afwisselende passage over één vak. Op de heenreis hadden we opgemerkt dat het oranje knipperlicht aanhoudend bleef branden. Toen ik op de terugweg door het groen licht reed, kwam ik in botsing met een wagen uit de tegenovergestelde richting, die door de defecte signalisatie gereden was. In een poging de auto te ontwijken raakte ik de hoek van de auto, waardoor ik mijn linkerbeen verloor. In de kliniek kreeg ik enorm veel bezoek, maar ik had liever huislijke rust en met een ferme dosis pijnstillers verliet ik na amper twee weken het hospitaal.”
ACHTEROP
Anderhalve maand later was Robert al volop aan het bezinnen hoe hij de motor kon bijspijkeren om het motorrijden te kunnen hervatten. Met de hulp van een kameraad werd de Shovel ingrijpend aangepast. De machine kreeg rechter handschakeling en gas geven gebeurde voortaan via het linkerhendel. “Dat was natuurlijk een hele bedoening en vereiste best wel enige gewenning” getuigt Robert. “Het is me uiteindelijk gelukt, maar na een tijdje kreeg ik er stilaan genoeg van en werd de motor van de hand gedaan. In 2007 trok ik met een busje op vakantie naar de Ardèche in Frankrijk, waar ik op een treffen heel wat vrienden van vroeger tegenkwam. Middenin de ambiance moedigden ze me aan om achterop hun motor te springen. Ik was ervan aangedaan en besefte plots wat ik allemaal gemist had. Bij thuiskomst ben ik onmiddellijk naar Guust gereden, de Harley dealer die toen nog in Dendermonde zat. Ik vertelde hem dat ik nood had aan een alternatief schakelsysteem. Een door dragracers gebruikt Pingel Easy Speed Shifter systeem was volgens hem de ideale oplossing. Daarmee kan snel op- en teruggeschakeld worden door simpelweg op een knop te drukken. Ik heb toen mijn eerste nieuwe Harley gekocht, een Road King die achteraf verchopt werd. Enige tijd later werd het lapzwansen op café stopgezet en ben ik behoedzaam beginnen sleutelen. Via een groot scherm in mijn garage kon ik de YouTube instructiefilmpjes nauwgezet opvolgen en ietwat overmoedig werd de motor volledig uit elkaar gehaald. Dat leverde me redelijk wat koppijn op. Na het slopen van de kabelboom was ik echter supercontent dat het dekselse tuig na montage met één tikje op de startknop terug aansloeg.”
ONVOORZIENE VONDST
Robert: “De Early Shovel is al lang de deur uit. Momenteel heb ik vier Harley’s in de garage, waaronder een tweedehands CVO Springer uit 2009 die met de linkerduim geschakeld wordt. De Electra heb ik ontdekt na een toevallige passage in de Gamma. Daar stond een man met zijn bouwmaterialen aan te schuiven die me op de schouder tikte en me aansprak over mijn Harley T-shirt. Hij vertelde dat hij iets interessants had staan. Toen ik erlangs ging zag ik een verwaarloosde Electra Glide uit 1981 onder een open golfdakske staan. Het motorblok was ooit eens gereviseerd geweest, maar door ziekte van de eigenaar was de motor in de tuin terechtgekomen en er was nooit meer naar omgekeken. De V-twin ploffer had dienstgedaan bij de Mexicaanse Politie en zat helemaal onder de gele verf. Na de aankoop heb ik hem tot op het frame gesloopt, gerestaureerd en aangepast met rechtse handschakeling. Het op mijn vorige Shovel gemonteerde automatisch schakelsysteem was geen optie omdat de versnellingsbak niet gesynchroniseerd is. De versnellingspook functioneert nogal stroef en het tracé is te lang. Dat kan het shifter pompje niet aan. Ook de bruine WLC Liberator uit 1943 werd aangepast van voet- naar handkoppeling, links aan het stuur. De motor heb ik ergens in Nederland in vrij goede conditie aangetroffen en de WLC werd reeds subtiel opgesmukt met een sleepsirene en lederen zijtassen.”
FOUTIEVE STELLING
De blauwe Panhead uit 1948, die bij aankoop nog voorzien was van zijn oorspronkelijke zwarte laklaag, is Roberts onbetwistbare favoriet: “Bovenop het monteren van een linkse handschakeling werd de motor volledig gerestaureerd. In de winter zat ik gewoon in de living aan het zadel of de zijtassen te klussen. De twee aangekochte olieleidingen heb ik helaas verprutst, zodat de motor uiteindelijk toch nog weg moest. Met STD-cilinderkoppen en opgeboorde cilinders steeg de cilinderinhoud van 1200 naar 1600 cc. Daarmee kreeg het oudje wat meer spierkracht om met het hedendaagse verkeer mee te kunnen. Omwille van de brute power zit er een zware o-ring ketting op. De kickstarter bleef behouden, zodat de classic look overeind bleef. Omdat aankicken voor mij quasi onmogelijk was, heb ik er decompressiekleppen opgezet. Als de motor warm staat lukt het dus nog wel. Optioneel zit er een elektrische Canonball starter op, wat een generator met geïntegreerde stroomverdeler vereist. Vroeger hadden de motoren geen remmen, maar ‘vertragers’. Met de thans gemonteerde zachte remschoenen remt de machine al stukken beter. Om olielekkage te voorkomen werd de primaire ketting vervangen door een 3 inch belt. Mijn kameraden maakten me wijs dat zolang een motor lekt, alles goed is, maar volgens mij klopt die stelling toch niet helemaal”, lacht de collectioneur.

VERLEDEN EN TOEKOMST
Afsluitend vertelt Robert trots hoe zijn zoontje Roy langzamerhand zijn passie overneemt. “Hij is 13 jaar en onderhoudt onder papa’s toezicht zijn Flandria King van 1968. In zijn eigen keet kan hij gedreven sleutelen en ongestoord herrie maken met zijn gitaar. Voor hem lijkt 16 jaar nog veraf en naar verluidt is den deugniet met zijn Flandria al enkele keren op het dorpspleintje gespot. Ondertussen ben ik al 70 jaar. Ik beleefde mijn hoogdagen in de tijd van de Joop Klepzeiker strip, die vol grove humor en rondborstige dames stond. Vroeger noemden mijn vrienden me ‘Den Bére’, maar doorheen de jaren is dat verbasterd naar ‘Bear’. Een drijfveer is er niet, maar het klinkt wel ietsje stoerder. Mijn leeftijd doet me beseffen dat het hoogtijd is om het roer om te gooien en dat ik wat meer moet rijden, in plaats van constant in de garage te zitten morrelen. Het vrijheidsgevoel en de wind om de oren, dat is waar het bij motorrijden uiteindelijk om gaat”.
Tekst en fotografie: Patrick De Muynck
SPECIFICATIES HARLEY-DAVIDSON PANHEAD FL
| Categorie | Details |
|---|---|
| Eigenaar en Bouwer | Robert Verdickt (Bear) |
Motorblok
| Merk en Type | Harley-Davidson Panhead FL |
| Bouwjaar | 1948 |
| Cilinderinhoud | Van 1200 cc opgeboord tot 1600 cc |
| Ontsteking | Mallory |
| Dynamo | Stroomverdeler, max. 14 Volt om Lithium batterij niet te overladen |
| Carburateur | S&S Shorty |
| Luchtfilter | S&S |
| Batterij | Lithium cool startbatterij 480A |
| Uitlaten | Fishtail crossover |
| Versnellingsbak | 4-speed, STD lagers |
| Primaire kast | 3 inch belt |
| Andere Aanpassingen | STD-cilinderkoppen, decompressiekleppen, Canonball startmotor 1.4 Kw, in achterspatbord ingewerkt om de klassieke look te behouden. |
Rijwielgedeelte
| Merk en Type Frame | Wishbone (hardtail) |
| Voorvork | Springer |
| Voorrem | Trommel met zachte remschoenen |
| Achterrem | Trommel zachte remschoenen |
Spuitwerk
| Spuiter | Airbrush Stef |
| Kleur | Vila Blue |


