Ad en zijn vrienden met hun Britse machines op avontuur – Couscous in Marrakech #2

Gepubliceerd:

Nadat het Nederlandse gezelschap een belangrijk doel van hun motorreis -couscous eten in Marrakech- gerealiseerd heeft, gaat het avontuur verder. Eerst de stad uit en dan de bergen in…

Dankzij een slimme omleidingsroute hoefden we de volgende dag niet door Marrakech, maar reden we buiten de stad om naar de N9 die naar Ouarzazate leidt. Het was een mooie route door de bergen en hier en daar zagen we sneeuw op de toppen van de Atlas. In Skoura, ca. 40 km na Ouarzazate, hadden we via Internet een camping gevonden. Dit bleek meer een hotel met huisjes rond een zwembad te zijn en was keurig verzorgd. Voor diner, overnachting en ontbijt betaalden we slechts €42,50 p.p. Er was ook een terrein bij waar je een camper zou kunnen parkeren, maar voor een tent was dit niet geschikt. Tijdens de hele reis viel ons op dat (veel Franse) toeristen vooral met campers onderweg waren. Eigenlijk is dat de enige goede/comfortabele manier om door Marokko te reizen. 

Ad en zijn vrienden met hun Britse machines op avontuur – Couscous in Marrakech #1

DRIETALIG

Ook op donderdag scheen de zon weer volop. De leren broek, die op de heenreis door Frankrijk en Spanje, zijn diensten had bewezen, bleek hier te warm. Ik bond hem op het bagagerek van mijn motor en reed verder in mijn spijkerbroek. Na 70 km sloegen we linksaf, de Dadesvallei in. Dit is één van de bezienswaardigheden van Marokko. Een smalle weg kronkelde door de vallei, waarbij het me opviel dat de huizen en de rotsen allemaal dezelfde bruin-roze kleur hadden. Veel begroeiing was er niet zodat het een beetje deed denken aan een maanlandschap. Na een half uur stopten we voor een kop koffie en we reden daarna dezelfde weg terug. De ‘camping’ El Mabrouk in Tineghir bleek geen camping te zijn, maar een groot huis met een betonnen binnenplaats. Als je hier je tent wilde opzetten had een klopboor nodig om de haringen de grond in te krijgen. Maar… Er werden ook kamers verhuurd. De kwaliteit van de kamers en vooral van het sanitair, deed ons besluiten door te rijden en een andere pleisterplaats te zoeken. Die vonden we in Tinejdad. Hotel El Khorbat was keurig met vriendelijk personeel. De taal was in Marokko geen probleem, want vrijwel iedereen spreekt naast Arabisch ook Frans en vaak Engels. Alle borden langs de weg zijn tweetalig, Arabisch en Frans en soms drietalig, dan staat het ook aangegeven in het Berbers. Dat schrift doet denken aan Grieks of Russisch.

SAHARA

Rob bemerkte dat zijn Triumph inmiddels een raar geluid maakte en verdacht de aandrijving van de startmotor. Vrijdagochtend haalde hij het rechter motordeksel los voor een korte inspectie maar zag niets bijzonders. Doordat we op donderdag verder waren gereden dan de bedoeling was, hoefden we op vrijdag maar een korte rit van 130 km te rijden naar Merzouga. Deze plaats ligt ongeveer aan het einde van Marokko en dus aan het begin van de Sahara en tegen de grens met Algerije. Het landschap veranderde in een desolate vlakte met stenen en lage begroeiing en steeds meer zand. Op sommige plaatsen was dat op de weg gewaaid. Een keer reed ik door zo’n zandplas heen en had ik behoorlijk moeite om overeind te blijven. Aan het begin van de middag kwamen we bij Auberge du Sud een kasbah-hotel met het uiterlijk van een middeleeuws kasteel. De grote binnenplaats had niet misstaan in een kasteel, maar het zwembad zal er in de Middeleeuwen niet zijn geweest. Naast het hotel was een parkeerplaats voor kamelen, waar toeristen een ritje konden maken en regelmatig zagen we kolonnes kamelen voorbijtrekken. Het diner werd geserveerd rond het zwembad. Tot onze verbazing zagen we dat diverse gasten een fles wijn op tafel hadden staan. Toen wij vroegen waar ze die vandaan hadden, vertelden zij dat ze die zelf hadden meegebracht. Het hotel verkocht geen alcoholische dranken, maar je eigen fles wijn leegdrinken was geen probleem.

KASTEEL-HOTEL

Merzouga was het keerpunt van onze reis. De volgende dag reden we naar het noorden, met als bestemming Midelt. Het landschap veranderde langzamerhand van woestijn in een groener gebied. De route door de bergen was mooi en de weg was goed. Onderweg dreigde ik de linker bocht van de 2-in-1 uitlaat te verliezen. Piet had gelukkig rvs-kabelbinders bij zich waarmee ik de bocht kon vastzetten en die hebben het tot Nederland volgehouden! De camping municipal in Midelt bleek een gribus te zijn, maar gelukkig hadden we aan het begin van de stad een fraai kasteel-hotel gezien; hotel Kasbah-Asma. We werden vriendelijk ontvangen door de eigenaresse die vertelde dat haar vader dit hotel had laten bouwen en we waren onder de indruk van de fraaie inrichting waar duidelijk heel veel zorg aan was besteed. We mochten onze motoren op de binnenplaats zetten. Omdat mijn motor steeds meer olie ging lekken, was ik blij dat ik een stuk karton vond dat ik er onder kon leggen, want het laatste wat ik zou willen was de keurige tegelbestrating vervuilen. We verbaasden ons erover dat er slechts heel weinig gasten in dit hotel logeerden (net als in de andere hotels waar we waren geweest) en we vroegen ons af hoe men dit financieel kon volhouden.

RESTAURANT AMSTERDAM

Op zondag bleven we de N13 volgen naar Azrou en Meknes. Ergens onderweg, ik weet niet meer in welke plaats, stopten we om iets te eten. Er waren diverse restaurants en tot onze verbazing heette één daarvan Restaurant Amsterdam. Natuurlijk had die onze voorkeur. Een menukaart was er niet; Bij de slagerij konden we het vlees uitkiezen dat we wilden eten, dat vervolgens werd klaargemaakt. Hoe vers wil je het hebben? Boven Meknes, in de buurt van Moulay-Idriss had Klaas een camping gevonden. Het was een nette camping, maar er was niets te koop want er was geen winkel en geen eetgelegenheid. Er was wel een man die de volgende ochtend brood kwam brengen en ons tot vervelens toe probeerde te verleiden een Marokkaans mutsje van hem te kopen. Uiteindelijk heb ik twee mutsen voor mijn kleinkinderen gekocht. 5 km terug bleek er wel een restaurant te zijn. Klaas bleef op de camping en kookte zijn eigen potje, maar Rob, Piet en ik hadden geen voedselvoorraad bij ons en reden naar het restaurant. In eerste instantie reden we het zijweggetje waaraan het restaurant zou liggen, voorbij. Na een bocht was ik de eerste die omkeerde en vervolgens het zijweggetje inreed. Het gebouw dat na 100 meter opdoemde leek een restaurant, maar was gesloten. Ik keerde terug naar de hoofdweg maar Rob en Piet waren verdwenen. Ik vroeg me af of zij waren doorgereden of waren teruggekeerd naar de camping. Ik besloot maar terug te rijden naar de camping.

PRIMAIRE KETTING

Daar aangekomen belde Klaas met Piet. Hij nam op en vertelde dat, in de bocht waar wij waren gekeerd, de primaire ketting van zijn A10 door de kettingkast was geslagen. Ik bood aan om met een stuk touw naar hem toe te rijden om hem naar de camping te kunnen slepen, maar op dat moment zei hij dat hij al hulp kreeg. Desondanks reed ik terug en zag dat twee kilometer na de camping een auto van de weg was geraakt en over de kop was geslagen. Er stond een file van kijkers en helpers en het duurde even tot ik erlangs kon. Een kilometer verder kwam een pick-up me tegemoet met daarop de motor van Piet. Rob die erachter reed, gebaarde dat ik moest omkeren. Op de camping aangekomen vertelde Piet dat, terwijl ik in de bocht omkeerde, hij de primaire ketting naar buiten zag komen. Zij hielden de pick-up aan en de chauffeur was bereid de motor naar de camping te brengen. Volgens Google Maps was ik bij het gebouw dat ik voor een restaurant aanzag, te snel omgekeerd en lag het restaurant verder langs de onverharde weg. Klaas stelde voor dat wij zouden gaan eten, in die tussentijd zou hij Piets motor nakijken. Bij terugkomst had hij de klus geklaard. Het bleek dat de centrale moer van de koppeling was losgelopen, waardoor de ketting van het koppelingshuis was gelopen en een gat in de primaire kettingkast had geslagen. Met een stuk ducttape werd het gat dichtgeplakt en was de A10 weer rijklaar. Tijdens het eten meldde Rob compressieverlies en slecht starten van zijn Triumph.

KOPPELINGSPROBLEMEN

Piet had nog een probleem: Hij had de koppeling al diverse keren moeten bijstellen, maar het leek wel of de koppelingsstift werd opgevreten en steeds korter werd. Bij inspectie bleek het kogeltje in de koppelingshevel (achter het buitendeksel) te zijn verdwenen. Zonder dat kogeltje is de koppeling bijna niet goed af te stellen, maar waar haal je zo’n kogeltje vandaan? Niemand had in zijn onderdelenvoorraad een kogeltje bij zich. Onderweg, bij een onderdelenwinkeltje, kon Piet een kogellager kopen. De smid die ernaast zat, sleep de buitenring door zodat de kogeltjes bereikbaar waren. Dat was geen moment te vroeg want 20 km verder gaf de koppeling het definitief op. Een kogeltje uit het lager bracht uitkomst en daarna werkte de koppeling weer soepel. ‘Camping Résidence Nardina Golden’ boven Tétouan had wel een mooie naam, maar bleek geen camping te zijn. Het was (ook) een hotel met een betonnen binnenplaats. We konden hier wel (voor €10,- p.p-.) een net appartement huren. In het dakrestaurant trakteerden we onszelf op een pizza.

(Wordt vervolgd…)

Fotografie: Ad van Boheemen

Gerelateerde artikelen

Recente artikelen